Roddel en laster!

Welkom terug bij deze podcast over fatsoenlijke zonden. Over zonden die we een beetje geaccepteerd hebben. Ze horen er nu eenmaal bij, we kunnen er ook weinig aan doen. Of: iedereen doet het toch?

Fatsoenlijke zonden nummer 3: roddelen.
De zonde van je mond, van je tong. Een zonde die wijdverbreid is, maar die gek genoeg door ons gemakkelijk geaccepteerd wordt.
Want ja, is het zo erg?
Nou ja, wel als je kijkt hoe vaak de Bijbel erover schrijft en wat de Bijbel erover schrijft. Alleen al in het Spreukenboek wordt er 60 keer tegen gewaarschuwd. En daarbij: De Heere Jezus zegt dat we allemaal verantwoording moeten afleggen, letterlijk over ieder woord wat we gezegd hebben. Waarom zei je dit? Waarom zei je dat…? Over alles(!) wat we ooit hebben gezegd.
En dan is er nog de apostel Jakobus die (denkend aan dat geroddel) zegt: De tong is als een lucifer die een hele bos hout in brand steekt! Het lijkt klein, maar de gevolgen zijn desastreus.

Denkend aan al het verkeerde tonggebruik, zegt Paulus in Efeze 4: Geen vuile rede ga uit uw mond.
Vuile praat, dat wil niet alleen zeggen: smerige, obscene praat, maar het heeft de betekenis van waardeloos, versleten, onbruikbaar. Dus met andere woorden: gebruik je tong niet om waardeloze dingen mee te doen, maar om…? Paulus zegt: om anderen op te bouwen. Van mijn tong moet een ander beter worden.
Het verbod van Paulus is trouwens best stellig en heel absoluut: geen waardeloze praat, geen roddel, geen sarcasme, geen kritische praat, geen harde woorden, om anderen naar beneden te halen en te beschadigen.

Wow… Hoe zou de kerk eruit zien, als we dat echt deden? Er waren dan in ieder geval ook heel wat minder zogenaamde kerkverlaters. Want niet iedereen gaat weg om wat heet ‘de leer’ . Veel mensen worden ziek van hoe anderen over hen denken en praten.

Wat doe je eigenlijk precies als je roddelt? Kort gezegd: je vertelt negatieve dingen over iemand. Waar of niet waar, dat doet er niet zoveel toe.
Meestal is het gebaseerd op geruchten. Soms met een vrome smoes. Maar het is allemaal bedoeld om die ander naar beneden te halen. En dus jezelf omhoog…

Roddelen is dus het verspreiden van negatieve geruchten over anderen.
Laster gaat nog een stapje verder. Je vertelt bewust onwaarheden, leugens over iemand om hem of haar zwart te maken.
Door bijvoorbeeld verkeerde motieven aan te wijzen bij iemand, zonder dat we zijn hart kennen: Hij doet het vast om… er beter van te worden.
Of als we iemand licht (of zwaar) noemen, omdat hij niet is zoals wij.
Heel ons kerkelijk zwart-wit denken in licht en zwaar (ik kijk maar even naar mijn eigen kerk) is grotendeels gebaseerd op laster. Slecht praten over elkaar, zonder elkaars hart te kennen.
Het is een manier om voordeel en aanzien te krijgen over de rug van een ander. Dat schaadt de kerk en het geestelijke leven. Het is beter om elkaar te verdragen. Sterker nog (Paulus zegt): om elkaar op te bouwen.
Kraak elkaar niet af, maar bouw elkaar op.
Eigenlijk komt het allemaal (dat roddelen, die lasterpraat), het komt allemaal uit dezelfde hoek. Ik zei het al eerder, uit de hoek van: de ander naar beneden willen halen, beschadigen of pijn doen. En ondertussen jezelf opkrikken.
Ja, je kan denken, dat het allemaal goed bedoeld is, en dat je recht van denken of spreken hebt, maar God denkt daar anders over. De Heere Jezus zegt: Weet je, waar dat allemaal vandaan komt?
Hij zegt: uit de overvloed van ons hart, spreekt onze mond.
Dat is dus ons probleem! Ons hart! Niet het doen en laten van een ander, maar ons eigen hart.
En al dat gepraat over anderen is eigenlijk alleen maar om onszelf af te leiden van ons eigen probleem, van ons eigen hart!

Dus, wat is het tegengif tegen deze zonde?
Gewoon, voordat je iets zegt over iemand anders, even nadenken. Niet over wat je doet, of hoe je er zelf uitziet, nee, dichterbij: over je hart!

Onze neiging om te praten over een ander, is zonde voor God.
En, als we ons eigen hart eerlijk onder ogen zien, houd dat geroddel vanzelf op.
Gelukkig, ook voor deze zonde is vergeving. Bij God. Om Jezus’ wil.
Eerlijk belijden, en laten dus… Belijden, en ermee stoppen.
Wie dat doet, die krijgt vergeving. Want God vergeeft graag.