Wij zijn de beste!

Welkom bij deze tweede aflevering over fatsoenlijke zonden. Andere zonden kan je zo makkelijk aanwijzen bij anderen.
Nee, zo zijn wij niet.
Maar als christenen moeten we vooral ook eerlijk kijken naar ons eigen leven. Ook naar die fatsoenlijke zonden, die niet opvallen, maar die we wel doen.

Fatsoenlijke zonde no. 2: Trots.
Ik bedoel de trots op het feit dat wij zo goed zijn. Denken we… Die trots op onszelf, omdat we denken dat we beter zijn dan onze buren, dan onze collega’s, dan…, ja, dan wie dan ook.
Het probleem van trots is, dat je het bij jezelf niet ziet. Ik ook niet. God Zelf moet en wil ons leren om naar onszelf te kijken. In plaats van naar anderen.

Ik denk bijvoorbeeld aan de trots op ons nette leven.
Anderen vloeken, rijden zwart, drinken teveel, gebruiken drugs, zijn ontrouw…, maar wij (je voelt jezelf groeien!), maar wij: NIET.
Nee, je zegt dat niet, je blijft fatsoenlijk, maar eigenlijk halen we toch een beetje je neus op voor die anderen. Want wij zijn beter…
Hoeveel gesprekken gaan niet over: hoe slecht de wereld is. En dus over: hoe goed wij zijn. Althans, denken te zijn.

Is er tegengif tegen deze vorm van trots?
Ja, maar het is wel een bitter tegengif: nadenken over onze eigen zonden. Zoals David deed, toen hij zei: Ik ben in zonden ontvangen en geboren. Ik (niet die ander, maar ik) ben een en al zonde.
En: nadenken over wat God echt van ons vraagt.
Dan zeggen we met de voor het oog heel erg nette en fatsoenlijke Ezra: Onze zonden zijn oneindig veel. En onze schuld is zo hoog als de hemel (Ezra 9:6). Dan gaan we echt een toontje lager zingen.
Eerste vorm: trots op ons nette leven.

Twee vorm: trots op onze zuivere leer.
Wij hebben de echte waarheid. En: onze dominee is de beste. Of juist degene die we niet hebben. Wij zijn van de echte waarheid. En anderen zijn het spoor bijster.
Dat laatste zou kunnen, maar dat eerste is gevaarlijk.
Nee, ik preek geen onwaarheid, maar let op, want: geloof in de waarheid gaat al snel over in het aanbidden van onze eigen idolen. Gevolg? We dienen mensen als afgoden, geloven niet meer in de Bijbel Zelf, en vooral: we blazen onszelf op.
Want: wij zijn de beste!
Paulus zegt letterlijk: de kennis, dat trots zijn op het zo goed weten, maar opgeblazen. Je pompt jezelf op. En wie opgepompt is, kan leeglopen. In je hoofd heb je alles op een rij, maar het is een grote luchtballon, zonder kloppend hart.
Wat het tegengif is? Prik maar in die luchtballon van je eigen trots, voordat die vanzelf knapt. Wees dankbaar voor wat God je geeft in de kerk waar je zit. Wat je gekregen hebt, is genade.
En als je dankbaar thuis voelt bij je moeder (ik bedoel: de kerk waar je thuishoort), hoef je niet over de heg te spugen naar de buren.


Laatste vorm: trots op je prestaties.
De Bijbel belooft dat ijver in je werk of studie rijk beloond zal worden. Maar de Bijbel zegt ook: dat het de Heere is die arm maakt en die rijk maakt.
Met andere woorden: als je veel hebt, als je veel bereikt hebt, heb je alle reden, niet om trots te zijn, maar om dankbaar te zijn. En niet om je neus op te halen voor anderen die minder hebben of minder kunnen.
Paulus zegt: wat heb je eigenlijk dat je niet gekregen hebt? M.a.w. is er iets van jezelf bij? Je bent raar bezig als je trots bent, op iets wat helemaal niet van jezelf komt!
Wat het tegengif is? Er goed over nadenken, dat alles, echt alles wat je hebt en kan, kennis, verstand, geld, ervaring, uiterlijk, alles van God komt.

Trouwens, het grote gevaar van die trots, van dat opgeblazen zijn is, dat we niet meer luisteren. Want ik weet het zelf wel.
Ik heb verder helemaal nodig. Ik luister gewoon naar mezelf, want ik weet het.
En zo raakt je innerlijk geblokkeerd om echt te luisteren.
Naar wie? Naar anderen, maar vooral naar God en naar Zijn eigen Woord.

Laten we God bidden. Onze trots belijden. En ermee breken.
Wordt je daar beter van?
Ja, want Jesaja schrijft, dat God zegt: Op deze zal ik zien, op den arme en verslagene van geest, en die voor Mijn woord beeft (Jesaja 66:2). Op hem of haar die niet trots is, maar die klein is en diep buigt.