Deel 8: Ontrouwe bidder?

Welkom bij deze voorlopig even laatste podcast over het thema bidden. Iemand vroeg me: Als je nu bidt, en je gelooft dat God echt hoort en verhoort, wanneer weet je nu of dat ook echt gebeurd is? Of je echt bekeerd bent? Of je echt kind van God bent?

Je kan zeggen: als je gelooft, en als dat geloof steeds sterker wordt, als dat steeds meer groeit, dan wordt het voor jezelf ook steeds duidelijker.
Klopt, daar zit een kern van waarheid in. Maar geloof heeft in de Bijbel ook iets in zich dat (hoe moet ik het zeggen), iets in zich dat wringt, dat botst, dat schuurt. Een soort van tegengestelde beweging.

Want het is niet zo dat geloven voor een kind van God steeds gemakkelijker wordt. Want? Hoe komt dat? Omdat je steeds weer en steeds meer aanloopt tegen je eigen ontrouw. Eigenlijk is dat de kern van zonde. Ontrouw aan God. De Bijbel vergelijkt de goede relatie met God ook met een goed huwelijk, en de zonde met ontrouw en overspel.
Stel je hebt een vriendin. Ze gelooft echt in je. Je hebt samen een hele goeie relatie. Maar jij bent niet trouw. En zij komt daar achter. Kan je nog verder? Nou, als ze heel aardig en heel vergevingsgezind is, dan misschien nog wel. Voor een keer. Maar, stel je voor, je doet het nog een keer. Twee keer, drie keer… De eerste keer verbaasde je je nog over haar geduld. Maar na twee of drie keer denk ik: einde verhaal!

Het geloof dat God geeft als antwoord op het gebed… Je hart kan er in het begin letterlijk van overlopen: letterlijk, van verliefdheid. Je bent er vol van. Van God…
Maar dan, stuit je vroeg of laat op je eigen ontrouw. Een keer, twee keer… Voorheen vertelde je veel tegen je vrienden over God, over hoe geweldig het was voor jou om God lief te hebben… Maar, langzaam maar zeker ga je steeds meer denken: wat is het toch geweldig dat God mij nog liefheeft. Na 1x, 2x , 3x, en nog veel vaker.

Dus wat gebeurt er: God wordt in mijn ogen steeds groter. Hij blijft trouw! Ik mag steeds weer naar Hem terug, met belijdenis van zonde. Maar ik ben ontrouw. Ik voel me zo beroerd voor God. Want ik zondig (hoe ik het ook doe) steeds weer.
God wordt in mijn ogen steeds groter. En ik zelf…? Ik krimp. Zoals God door de profeet Zefanja zegt: Ik zal ervoor zorgen dat Mijn volk arm wordt en arm blijft. Want dan zullen ze niet meer hopen op zichzelf, maar alleen maar hopen op Mijn Naam. Dan zullen alles van Mij verwachten.

Dus, wat is het antwoord op je vraag? Hoe weet je of je een kind van God bent? Hoe weet je of God je gebed om bekering heeft verhoord?
Je kan daar natuurlijk allerlei antwoorden op geven, maar dit is er een van: Je gaat je eigen ontrouw kennen. En je gaat je steeds meer verbazen over Gods trouw.
God wordt in je ogen steeds groter wordt. En zelf wordt je in je eigen ogen steeds kleiner wordt. Niet omdat je dat alleen maar zegt, maar omdat het in je hart echt zo is!

Als je daar zo over nadenkt, dan zal je je niet verbazen dat de Dordtse Leerregels als antwoord op die vraag ‘hoe weet je dat je een kind van God bent’ zeggen:
Dan ken je in je hart echte eerbied voor God. Hoe groot bent U! Hoe groot is Uw trouw!
Je kent verdriet over je zonde. Wat ben ik ontrouw!
En je hebt honger en dorst naar de gerechtigheid. Je krijgt steeds meer de Heere Jezus nodig, om je ontrouw te vergeven.
En het geloof dat God geeft, zorgt er ook voor dat je leven verandert. Je gaat vechten tegen je ontrouw. Je gaat vragen om kracht van God. En je gaat toch maar wel weer goed spreken over God, maar nu anders. Hij is zo goed en zo trouw. Zelfs voor mij. Dat heb ik echt niet niet verdiend.

Volgende keer een evangelisatie boodschap voor vrienden, bekenden, of wie dan ook, over Goede Vrijdag. De mooiste christelijke feestdag.
Bedankt voor het luisteren. Tot dan!