Deel 6: Altijd bidden

Welkom terug bij deze podcast over bidden. Vorige keer ging het over bidden is belijden. Belijdenis van zonde doen tegenover God. Niet allemaal maar eindeloos zeggen: Heere, wilt u me bekeren? Alsof God dat misschien ook wel niet zou willen…, maar: eerlijk zeggen tegen God wat je verkeerd gedaan hebt en hoe fout je bent.
Als je zo bid, zei ik, zal God je zeker verhoren. Maar dat moet je dan wel doen. Je moet niet verschuilen achter vanalles en nog wat… Niet zeggen ‘soms lukt het wel, maar meestal lukt het niet’. Maar doen! Echt doen! Bidden, zo schrijft Paulus zonder ophouden.

Daar wil ik het deze keer over hebben: Bidden zonder ophouden. Altijd bidden. Altijd in contact staan, biddend, vragend, dankend met God in de hemel.
Als je opstaat, als je eet, als je onderweg bent, als je studeert, als je werkt, als je uit bent… altijd en overal.
Je zegt: Dat kan niet? Wie doet dat nu? Wie kan dat nu? De hele dag door bidden.
Nee, maar de Bijbel zegt ook niet dat dat simpel is. Daarom zegt Paulus het ook in de gebiedende wijs: je moet altijd bidden! En er niet mee ophouden!

Er is een voorbeeld in de Bijbel dat laat zien dat dat toch wel kan. Nehemia is de! man van de wijnvoorraad van de Babylonische koning Artaxerxes I. Beheerder van de wijnvoorraad en de beste wijnproever die er is. Hij is de man die de wijn van de koning inschenkt. Een topfunctie heeft die man. Zijn smaak en reuk zijn beslissend en met vaste hand schenkt hij de wijn in voor de koning. Een functie waarbij je niet kan dromen. Terwijl je schenkt, moet je scherp zijn.

Die Nehemia, is helemaal van slag. Zijn broer Chanani is hem komen vertellen, dat het niet goed gaat met de Joden die naar Jeruzalem zijn gegaan. Ze zijn daar het mikpunt van spot en de muren van de stad liggen in puin.
Hij is er stuk van. Hij rouwt dagenlang, zit huilend op de grond, vast en roept God aan. Het is boeiend om dat gebed nog eens na te lezen. Zo moeten wij ook bidden. Hij zou heel concreet kunnen bidden om hulp voor zijn volk, en allerlei praktische dingen, maar, luister, hij bidt dit:
Ik doe (zo zegt hij) belijdenis over de zonden van mijn volk, die wij(!) tegen U gezondigd hebben; ook ik en mijns vaders huis, wij hebben gezondigd. (Neh 1:6)
Bidden is belijden.

Maar goed, hij kan wel in zak en as zitten, maar hij moet wel aan het werk. Natuurlijk ziet de koning dat hij niet goed in zijn vel zit.
Nehemia schrijft zelf: ik nam de wijn op, en gaf hem aan den koning; nu was ik nooit treurig geweest voor zijn aangezicht.
Daarom zegt de koning tegen hem: Man,waarom kijk je zo verdrietig? Er moet echt iets met je zijn.
Nehemia schrikt van die vraag. Want de reden van zijn verdriet, is nou niet echt iets om tegen de koning te vertellen.
Maar ja, hij vraagt er wel naar. En dan schrijft Nehemia: Toen bad ik tot God in den hemel.
Wanneer? Toen! Midden in dat spannende gesprek. Alles gaat gewoon door. Hij zegt niet: mag ik even stilte, want ik moet even bidden. Hij is in gesprek, met een wereldleider die hem kan maken en breken. En al pratend over dat lastige onderwerp zegt hij: Toen bad ik tot de God in de hemel.
Je hoort er het geruststellende vertrouwen in. Deze man met wie ik praat is groot, maar ik bid tot mijn God in de hemel, die oneindig veel groter is.

Dus je kan bidden, terwijl je… eet, fiets, autorijdt, leest, studeert, examen maakt, presentatie houdt, met baas in gesprek bent of wat je al niet doet. Bidden, zonder dat het je afleidt van je werk. Zonder dat je per ongeluk de wijn naast de beker van de koning schenkt. Zonder ongelukken te maken op de weg. En zonder de draad kwijt te raken van je presentatie.

Noem het een schietgebed, prima. Het kan met woorden, het kan zonder woorden. Op een moment dat je ineens voelt dat je heel erg de hulp van God nodig hebt. Maar ook op heel veel andere momenten, waarop je met of zonder woorden kan zuchten: Heere, help met toch? Vergeef toch mijn zonde? Red mijn ziel toch? Laat mijn werk toch goed gaan? Mijn studie toch goed lukken vandaag?
Bidden zonder ophouden, dat is leven met God. In alles afhankelijk van Hem.