Deel 3: Hannah stort haar hart uit voor God.

Welkom bij een nieuwe podcast over bidden. Dit keer over verdrietig bidden.

Je hebt het misschien ook wel eens. Er zijn dingen om van te huilen. Meiden doen het misschien wat gemakkelijker, maar jongens kunnen het net zo goed. Misschien niet zichtbaar, maar wel als je alleen bent.
Er kunnen dingen zijn die je verschrikkelijk veel verdriet doen. Ruzie thuis, gepest op school, je relatie staat op springen of is stuk, je vader of moeder, broertje of zusje is ziek en gaat sterven, of je bent ze al kwijt. Het is allemaal om van te huilen.
En het is goed dat je het doet. Ook jongens mogen huilen. Dat is geen zwakte, maar teken van gewoon, gezond mens zijn.

Maar juist als er dingen zijn om van te huilen, juist dan kan het zo lastig zijn om te bidden. Want in die moeilijke perioden kan je juist het gevoel hebben: Waar is God? Waarom doet Hij niet wat ik zo graag zou willen? Waarom blijft mijn vader of moede niet leven? Waarom is mijn broertje of zusje gestorven? Kon God niet voor zorgen dat mijn relatie heel bleef. Ja, Hij kon het wel. Maar waarom deed Hij het dan niet.
Je voelt, verdriet en boosheid kunnen heel dicht bij elkaar liggen. Ik snap dat je juist in dat soort verdrietige tijden ook geneigd bent om boos te zijn op Heere. Dat herken ik. Ik ben ook wel eens heel teleurgesteld en boos geweest; waarom, Heere, is dit nu zo gelopen…?

Hielp het om boos te zijn. Nou ja, ja en nee. Het hielp niet omdat ik aan de ene kant voelde: wie ben ik eigenlijk, als ik naar de lucht kijk en denk aan de grote God in de hemel, dat ik hier boos zit te zijn, op hem die heel de aarde en de hemel in Zijn handen heeft. Ik ben maar zo klein voor God.
Maar het hielp aan de andere kant wel, om mijn de dingen tegen de Heere te zeggen. Om ze eerlijk te zeggen, zoals ik ze zag, zoals ik ze voelde.

Zoals Hanna dat destijds ook deed. Je weet wel, die vrouw van Elkana, later werd ze de moeder van Samuel. Ze was het helemaal zat, al dat gepest en getreiter door Peninna. Waarom gaf de Heere haar geen kinderen? Je kan je helemaal voorstellen, als je er even over nadenkt, dat mens zal helemaal vol met verdriet, frustratie, boosheid en wat al niet. Niet even, maar jaar in jaar uit.

Totdat ze (en dat gaat haar leven veranderen) besluit om het anders aan te pakken. En misschien moet jij dat ook maar doen. Ik heb dat toen zelf ook gedaan. En dat veranderde de zaak.
Op een dag besluit ze om naar de tabernakel te gaan, om alles tegen de Heere te vertellen.
Nee, dat was geen mooi gebed. Het was een stortvloed van verdriet en teleurstelling. Ze vertelde alles tegen God. Heere, ik weet het niet meer. Hier is het. Ik geef alles aan u.

En dat luchtte haar op…. Nee, dat was het niet. Als iets je oplucht, dan kan het morgen weer terug zijn. Maar als je alles echt aan de Heere geeft, alles, echt alles, dan wordt het echt anders.
Dan kan je morgen, al zijn de omstandigheden misschien helemaal niet veranderd, toch denken: De Heere weet het ook. God weet ervan. Hij ziet me, Hij weet hoe ik me voel, Hij zorgt voor me, Hij houdt me vast.
Als je zo biddend je hele hart voor de Heere als het ware leeggiet, dan zal je merken dat God hoort en verhoort. Nee, Hij doet niet op commando wat je vraagt. Maar Hij verhoort wel. Vaak geeft Hij je in Zijn wijsheid iets anders, iets beters. Als je bidt, krijg je meer van God dan je vraagt.

Dus, zit je hart vol met ellende, verdriet, nare gedachten, vragen, en wat al niet, giet de emmer maar leeg, met tranen voor God. Hij zal je zeker helpen.